Overzicht  |  Zoeken  |  Archief


Agro-Attent

Leermakers
Vrijthof 25
5081 CB Hilvarenbeek
(013) 505 29 71
info@leermakersacc.nl

           
Overzicht
Archief
Aanmelden op mailing

Zoektekst
Categorie

Titel: Veehouder mocht opgegeven mestvoorraad aanpassen
Datum: 12-10-2011
Categorie:
 
Dienst Regelingen was niet gehouden om uit te gaan van de via de aanvullende gegevens opgegeven mestvoorraad.
 
Volledig verhaal

Dienst Regelingen legde een veehouder over het jaar 2007 een mestboete van bijna € 76.000 op, omdat hij niet alle stikstof en fosfaat kon verantwoorden. De veehouder had een grondloos bedrijf met vleesvarkens en opfokhennen.

In verband met de opgave van de mestvoorraden had hij de hoeveelheid pluimveemest per 31 december 2006 geschat. Dit was volgens hem voor een pluimveestal met tienduizenden dieren haast ondoenlijk. Nadat de mestboete was opgelegd, diende de veehouder een nadere berekening van de mestvoorraad in. Deze was gebaseerd op de mestproductie per dag volgens KWIN-normen vermenigvuldigd met het aantal opgezette dieren en het aantal dagen dat die in de stal rondliepen. Op basis van de op deze wijze berekende voorraad was er geen sprake van een stikstof- en fosfaatoverschot.

Dienst Regelingen stelde echter dat de mestboete was gebaseerd op de door de veehouder zelf verstrekte gegevens. Zij kon geen steun vinden voor de juistheid van de stelling dat deze ingediende gegevens onjuist waren. Daarom bleef zij uitgaan van de oorspronkelijk doorgegeven voorraad.

De rechtbank oordeelde echter dat de bewijslast ter bepaling van de hoogte van de mestboete primair bij Dienst Regelingen berustte. Dienst Regelingen had de aanvullende berekening van de mestvoorraad niet gemotiveerd bestreden. Ook had zij niet bestreden dat het haast ondoenlijk was om de voorraad pluimveemest correct te schatten. Naar het oordeel van de rechtbank dienden daarom de nadere berekeningen van de veehouder als uitgangspunt te worden genomen. Hij had daarmee in voldoende mate aangetoond dat hij alle fosfaat en stikstof had afgevoerd. Dienst Regelingen was op grond van relevante wetgeving ook niet gehouden om uit te gaan van de eerste schatting.

De veehouder kreeg volledig gelijk van de rechter. De mestboete werd op nihil vastgesteld.

Moraal van het verhaal is dat het bij het opleggen van mestboetes raadzaam is om na te gaan of de doorgegeven gegevens omtrent voorraden e.d. correct zijn. Regelmatig blijkt dat deze gegevens zijn gebaseerd op onjuiste uitgangspunten of dat naderhand gegevens bekend zijn geworden die een andere opgave rechtvaardigden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan opgave van mestvoorraden met forfaitaire gehalten, terwijl achteraf bij de afvoer van deze mest bleek dat de werkelijke gehalten hiervan nogal verschilden. Aanpassing van de opgegeven voorraden is dus wel mogelijk, mits dit goed onderbouwd wordt.

 
Printer vriendelijke pagina