Overzicht  |  Zoeken  |  Archief


Agro-Attent

Leermakers
Vrijthof 25
5081 CB Hilvarenbeek
(013) 505 29 71
info@leermakersacc.nl

           
Overzicht
Archief
Aanmelden op mailing

Zoektekst
Categorie

Titel: Afschrijving over om niet verkregen melkquotum toegestaan
Datum: 15-09-2011
Categorie:
 
Over niet geactiveerd melkquotum bij bedrijfsovername mag alsnog afgeschreven worden.
 
Volledig verhaal

Een melkveehouder nam op 31 december 1985 het melkveehouderijbedrijf met inbegrip van het melkquotum over van zijn vader voor een bedrag van ƒ 295.000. Voor de overdracht van het melkquotum had zijn vader geen vergoeding bedongen. De aangegeven stakingswinst van vader werd destijds gecorrigeerd vanwege het niet bedingen van een vergoeding voor het overgedragen melkquotum met een bedrag van ƒ 0,325 per kg melkquotum. Het melkquotum werd nimmer geactiveerd door de melkveehouder en bijgevolg werd er evenmin op afgeschreven.

In 2005 verkocht de melkveehouder het gehele melkquotum. Bij de berekening van de winst stelde hij zich op het standpunt dat op de openingsbalans die was opgemaakt nadat hij in 1985 het melkveehouderijbedrijf van zijn vader had overgenomen, ten onrechte geen post was opgenomen in verband met het overgedragen melkquotum. Zijn vader had om niet zakelijke redenen geen bedrag voor het melkquotum aan hem in rekening in gebracht. Deze onjuistheid werkte door in de eindbalans van 2004. De waarde in het economische verkeer per 31 december 1985 bedroeg volgens hem ƒ 1,75 per kq quotum. Op grond van de foutenleer mocht hij daarom de waarde in het economische verkeer van het melkquotum op de beginbalans van 2005 opnemen en de gemiste afschrijving in één keer inhalen.

De belastinginspecteur stelde dat toepassing van de foutenleer niet aan de orde was. Volgens hem was er zakelijk gehandeld tussen vader en de melkveehouder. De melkveehouder had het quotum om niet verworven. Er was daarom geen fout gemaakt.

Voor de rechtbank stelde de melkveehouder dat in 1985 landelijk bekend was dat tussen zakelijk handelende derden voor melkquota werd betaald. Volgens de rechtbank was daarmee het vermoeden gerechtvaardigd dat de overdracht van het melkquotum om niet berustte op een niet-zakelijke bevoordeling van de melkveehouder door zijn vader. In die situatie diende de melkveehouder het door hem verkregen melkquotum in het vermogen van zijn onderneming op te nemen tegen de waarde daarvan op het tijdstip waarop hij het had verkregen. De rechtbank stelde deze waarde vast op ƒ 1,50 per kg, De melkveehouder mocht daarom alsnog een bedrag van ruim € 157.000 ten laste van de winst van 2005 brengen.

 
Printer vriendelijke pagina