Overzicht  |  Zoeken  |  Archief


Agro-Attent

Leermakers
Vrijthof 25
5081 CB Hilvarenbeek
(013) 505 29 71
info@leermakersacc.nl

           
Overzicht
Archief
Aanmelden op mailing

Zoektekst
Categorie

Titel: Randvoorwaardenkorting bij foutief uitgevoerde loonwerkzaamheden
Datum: 18-01-2017
Categorie:
 
Gedraging loonwerker wordt toegerekend aan de landbouwer.
 
Volledig verhaal

Het niet op de juiste wijze uitvoeren van bepaalde werkzaamheden door de loonwerker kan leiden tot het opleggen van een randvoorwaardenkorting op de bedrijfstoeslag bij de landbouwer. Berucht daarbij zijn spuit- en bemestingswerkzaamheden. Een onjuiste uitvoering van deze werkzaamheden kan worden toegerekend aan de landbouwer, tenzij deze kan aantonen dat er een bekwame loonwerker is ingeschakeld, hij voldoende instructies heeft gegeven en hij voldoende toezicht op de werkzaamheden heeft gehouden.

In een zaak voor het College van Beroep voor het bedrijfsleven draaide het om de vraag of de RVO terecht een randvoorwaardenkorting had opgelegd aan een landbouwer. Deze had een loonwerker ingeschakeld voor het doodspuiten van een perceel grasland. Toezichthouders van het waterschap constateerden dat daarbij ook de vegetatie op het talud van de naastgelegen watergang was doodgespoten.

De landbouwer voerde aan dat er geen sprake was van eigen schuld. Hij had een betrouwbare en ervaren loonwerker ingeschakeld, hem instructies gegeven en erop toegezien dat de loonwerker gebruik maakte van deugdelijk materiaal. De gebruikte veldspuit was nieuw en voorzien van kantdoppen en 95% driftreducerende doppen. Dat de sloottaluds waren geraakt was te wijten aan een inschattingsfout van de loonwerker met betrekking tot de wind die er ten tijde van het uitvoeren van de werkzaamheden stond.

Volgens de RVO had de loonwerker moeten opmerken dat er sprake was van veel drift. De landbouwer kon verweten worden dat hij de loonwerker niet de instructie had gegeven te stoppen met spuiten indien het spuiten niet op de juiste wijze kon worden toegepast.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde dat de omvang van de dode vegetatie op het talud aanzienlijk was en dat het daarom niet aannemelijk was dat pas achteraf kon worden vastgesteld dat er teveel wind had gestaan. Dat de loonwerker ervaring had met het verrichten van dit soort werkzaamheden en dat de landbouwer de nodige instructies had gegeven aan de loonwerker, kon niet tot gevolg hebben dat de gedraging van de loonwerker niet aan de landbouwer kon worden toegerekend.

Aanvulling redactie
Je kunt je in deze zaak afvragen wat de landbouwer nog meer had kunnen doen. Duidelijk is wel dat de landbouwer goede instructies moet geven, moet aangeven in welke gevallen de loonwerker moet stoppen met de werkzaamheden en de nodige toezicht op de uitvoering van de werkzaamheden moet uitoefenen.

 
Printer vriendelijke pagina