Overzicht  |  Zoeken  |  Archief


Agro-Attent

Leermakers
Vrijthof 25
5081 CB Hilvarenbeek
(013) 505 29 71
info@leermakersacc.nl

           
Overzicht
Archief
Aanmelden op mailing

Zoektekst
Categorie

Titel: Wetsvoorstel grondgebonden groei melkveehouderij
Datum: 30-09-2015
Categorie:
 
AMvB grondgebonden groei melkveehouderij omgezet in wetsvoorstel.
 
Volledig verhaal

Per 1 januari 2015 is het stelsel van verantwoorde groei melkveehouderij van kracht geworden. Melkveebedrijven die willen groeien moeten volgens dit stelsel de groei in fosfaatproductie verantwoorden met extra grond, 100% mestverwerking of een combinatie van beide.

Op 29 maart 2015 werden in een AMvB beperkingen gesteld aan de mogelijkheid geheel grondloos te groeien. Afhankelijk van het fosfaatoverschot moet vanaf 1 januari 2016 een deel van de groei ingevuld worden met extra grond. Tijdens de behandeling van de AMvB in de Eerste Kamer heeft de staatssecretaris van Economische Zaken toegezegd de verplichtingen uit de AMvB alsnog op te nemen in een voorstel tot wijziging van de Meststoffenwet. Dit voorstel heeft de staatssecretaris op 26 september 2015 naar de Tweede Kamer verstuurd.

Voorstel voor grondgebonden groei
Volgens het wetsvoorstel mag van het melkveefosfaatoverschot (fosfaatproductie minus fosfaatruimte minus melkveefosfaatreferentie) in een bepaald jaar maximaal verwerkt worden:

  • het melkveefosfaatoverschot ontstaan in 2014, plus;
  • een deel van het aantal additionele kilogrammen fosfaat dat in dat jaar wordt geproduceerd met melkvee ten opzichte van het jaar 2014, namelijk:
    • ten hoogste 100%, indien het overschot per hectare lager is dan 20 kg/ha;
    • ten hoogste 75%, indien het overschot 20 tot 50 kg/ha bedraagt;
    • ten hoogste 50%, indien het overschot hoger is dan 50 kg/ha.

Het overschot per hectare wordt berekend door het fosfaatoverschot (fosfaatproductie minus fosfaatruimte) in het voorgaande jaar te delen door het aantal hectares in het voorgaande jaar. Dus voor de berekening van de maximale mestverwerking in 2016 is het fosfaatoverschot en het aantal hectares uit 2015 bepalend. In de AMvB is het fosfaatoverschot uit het jaar zelf bepalend voor de vraag welke overschotcategorie van toepassing is. Hiervan is men tot de conclusie gekomen dat dat niet werkbaar is.

Voorbeeld:

  • Fosfaatproductie 2014: 1.000 kg
  • Fosfaatproductie 2016: 1.200 kg
  • Fosfaatoverschot 2015: tussen 20 tot 50 kg per hectare
  • Berekening: Van de groei mag maximaal 150 kg (75% x (1.200-1.000)) verwerkt worden. Voor de overige 50 kg zal extra fosfaatruimte bij het bedrijf in gebruik genomen moeten worden.

In het geval er sprake is van een nieuw gevormd bedrijf kan er geen fosfaatproductie over het jaar 2014 worden vastgesteld. De fosfaatproductie door melkvee over het jaar 2014 wordt dan gelijkgesteld aan nul.

Peildatum knelgevallen
Bedrijven die kunnen aantonen dat zij voor 30 maart 2015 financiële verplichtingen zijn aangegaan voor het laten verwerken van hun gehele melkveefosfaatoverschot, mogen hun melkveefosfaatoverschot gedurende de duur van deze verplichtingen voor 100% laten verwerken. Het bewijs van deze verplichting moet voor 1 februari 2016 ingestuurd worden naar de RVO. Tevens moeten deze bedrijven aantonen dat het melkveefosfaatoverschot daadwerkelijk is verwerkt door diegene waarmee men de verplichtingen is aangegaan. In de AMvB was de peildatum nog vastgesteld op 7 november 2014.

Ingangsdatum
Het wetsvoorstel moet op 1 januari 2016 van kracht worden. Mocht deze datum niet haalbaar zijn vanwege de voorgeschreven procedures, dan zal de AMvB per 1 januari 2016 van kracht worden.

 
Printer vriendelijke pagina