Overzicht  |  Zoeken  |  Archief


Agro-Attent

Leermakers
Vrijthof 25
5081 CB Hilvarenbeek
(013) 505 29 71
info@leermakersacc.nl

           
Overzicht
Archief
Aanmelden op mailing

Zoektekst
Categorie

Titel: Mestboekhouding geeft geen getrouw beeld
Datum: 30-05-2013
Categorie:
 
De werkelijke naleving van de gebruiksnormen werd verdoezeld met onjuiste toepassing van forfaits.
 
Volledig verhaal

Een veehouder kreeg een boete voor het niet naleven van zijn gebruiksnormen. Hij maakte slim gebruik van het grijze gebied tussen de twee aangrenzende forfaitaire normen. Biggen die zwaarder waren dan 25 kg voerde hij naar vleesvarkenshouders af als vleesvarken. Slim bedacht, want daardoor hoeft hij voor minder mest kosten te maken om deze af te voeren en hierdoor had hij meer meststoffen beschikbaar voor zijn eigen landbouwgrond.

De veehouder verwijst naar de brochure “Mestbeleid 2006: tabellen”, omdat in die brochure ‘vleesvarkens’ als volgt worden omschreven:  " (…) varkens die worden gehouden voor de slacht vanaf ca. 25 kg of iets lichter tot ca. 110 kg. Ook biggen die afkomstig zijn van het eigen, gesloten bedrijf vanaf exact 25 kg."

Het antwoord van het College van beroep voor het bedrijfsleven is vooral een juridische. Het College stelt dat de diercategorieën ‘biggen’ en ‘vleesvarkens’ geen overlappende, maar elkaar uitsluitende diercategorieën zijn. Door de fokkerij op een leeftijd van 10 weken afgeleverde varkens zijn voor die fokkerij biggen; voor de mesterij, waar die biggen worden aangeleverd en voor de slacht worden gehouden, zijn het vleesvarkens. De omstandigheid dat biggen, die de fokkerij niet zelf voor de slacht gaat houden, niet altijd op een leeftijd van 10 weken (en ca. 25 kg) kunnen worden afgeleverd, zodat deze bij aflevering zwaarder kunnen zijn dan 25 kg, maakt dit niet anders. Bij biggen die op het moment dat zij worden afgeleverd zwaarder zijn dan 25 kg bestaat dus niet de vrijheid om deze in de administratie op te nemen als ‘vleesvarken’.

De Meststoffenwet bevat bepalingen over de naleving van de gebruiksnormen. Het is bevreemdend dat Dienst Regeling zich zo vastgebeten heeft in de discussie of de biggen volgens de norm van Va3 of van Va4 moeten worden gewaardeerd. De discussie had moeten gaan over de vraag of de gebruiksnormen werkelijk zijn nageleefd of niet. Zelfs al zou een waardering van Va4 zijn toegestaan, dan had de conclusie waarschijnlijk nog moeten zijn dat de gebruiksnormen niet zijn nageleefd.

De rechter was het met de werkwijze van deze veehouder ook in hoger beroep niet eens. Het hoger beroep is ongegrond.

 
Printer vriendelijke pagina