Overzicht  |  Zoeken  |  Archief


Agro-Attent

Leermakers
Vrijthof 25
5081 CB Hilvarenbeek
(013) 505 29 71
info@leermakersacc.nl

           
Overzicht
Archief
Aanmelden op mailing

Zoektekst
Categorie

Titel: Nitraatconcentraties grond- en oppervlaktewater dalen ook bij derogatiebedrijven
Datum: 01-11-2012
Categorie:
 
Dalende nitraatconcentraties gunstig voor onderhandelingen tot verkrijgen derogatie voor de periode 2014 tot en met 2017.
 
Volledig verhaal

De Nitraatrichtlijn verplicht lidstaten het stikstofgebruik via dierlijke mest te beperken tot maximaal 170 kg per hectare per jaar. Onder voorwaarden kan een lidstaat de Europese Commissie vragen hiervan af te wijken (derogatie). Hiervan wordt door Nederland gebruik gemaakt door graslandbedrijven met minimaal 70% grasland onder voorwaarden toe te staan tot 250 kg stikstof per hectare toe te dienen via graasdiermest. Een van de verplichtingen is dat Nederland een monitoringnetwerk in te richten en hierover jaarlijks te rapporteren aan de Europese Commissie. Derogatiebedrijven zijn verplicht hieraan mee te werken.

Uit de monitoring van het mineralenmanagement op 300 bedrijven blijkt dat het gemiddelde gebruik van dierlijke mest in 2010 op de norm ligt. Het totale gebruik aan stikstof en fosfaat lag gemiddeld beneden de norm.

De monitoring van bodemwater, waterlopen en ondiep grondwater op deze bedrijven laat zien dat de nitraatconcentraties in het water dat uit de wortelzone spoelt onder zand in 2010 op 45 mg per liter lag, onder klei op 29 mg/l en onder veen op 12 mg/l. Daarmee voldoet de melkveehouderij in deze regio’’s gemiddeld aan de doelstelling van 50 mg nitraat per liter. In 2010 bedroegen  In de lössregio wordt met een gemiddelde nitraatconcentratie van 51 mg/l nog niet voldaan aan de doelstelling.

Voorlopige resultaten voor 2011 laten een nitraatconcentratie onder zand zien van gemiddeld 33 mg/l, onder klei van 20 mg/l en onder veen van 7 mg/l. Voor lössgronden zijn nog geen gegevens beschikbaar.

De nitraatconcentratie in het slootwater was in de meetperiode (winter 2009/2010) gemiddeld voor alle grondsoorten duidelijk lager dan 50 mg/l (zand 33, klei 11, veen 4 mg/l).

Op zand- en lössgronden is tussen 2007 en 2011 een dalende trend zichtbaar. Op klei- en veengronden zijn geen significante dalingen geconstateerd. De resultaten zullen gebruikt worden voor de onderhandelingen van Nederland met de Europese Commissie voor het verkrijgen van derogatie voor de periode 2014 tot en met 2017.

 
Printer vriendelijke pagina